08/01/2021

Het ‘BrandMR’-experiment van de Orde van Advocaten, threat or opportunity?

Inmiddels is bij iedereen wel bekend dat de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) een eerste stap heeft gezet naar versoepeling van de beroepsregels. We hebben het dan over de tijdelijke ontheffing in de Verordening op de Advocatuur (Voda) die het mogelijk maakt dat rechtsbijstandverzekeraars ook advocaat-diensten mogen verrichten aan niet-verzekerden.

De vraag waar in deze blog op ingegaan zal worden is in hoeverre deze ontwikkeling kan worden gezien als bedreiging of als kans voor bestaande ‘traditionele’ advocatenkantoren.

Wat is er aan de hand?

Op grond van de Voda mag een rechtsbijstandsverzekeraar uitsluitend advocaten in loondienst laten werken voor verzekerden. SRK biedt onder haar label BrandMR juridische dienstverlening door advocaten gericht op niet-verzekerden. Op grond van de Voda mag dat dus niet en daarom werd er door de lokale orde van advocaten een tuchtzaak gestart.

SRK heeft daarop (onder meer) een klacht ingediend bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Tijdens het behandelen van die klacht heeft (het college van afgevaardigden) van de NOvA besloten tot een tijdelijke ontheffing van de Voda. Dit in de zin dat rechtsbijstandverzekeraars eigen advocaten mogen inzetten voor het verrichten van diensten aan niet-verzekerden. Dit in de vorm van een experiment voor de duur van 5 jaar. Hieraan heeft de NOvA dan wel de voorwaarde verbonden dat de meerderheid van het bestuur van de rechtsbijstandverzekeraar advocaat is.

Wat betekent dit voor de juridische markt?

De ACM noemt het besluit van de NOvA een stap in de goede richting naar meer mogelijkheden voor nieuwe vormen van dienstverlening door advocaten. Hierdoor ontstaan volgens de ACM meer keuzemogelijkheden voor consumenten om zich te laten bijstaan door advocaten en wordt innovatie gestimuleerd. Dit zal volgens de ACM leiden tot een betere prijs-kwaliteitsverhouding. Volgens de ACM schept deze eerste stap van de NOvA enige ruimte voor ondernemingen die juridische bijstand door advocaten willen geven en geen (traditioneel) advocatenkantoor zijn.

Volgens de NOvA vormt het experiment een aanloop naar een mogelijke fundamentele systeemwijziging van de regelgeving voor de advocatuur. Deze eerste stap zou er wellicht toe kunnen leiden dat in de toekomst niet-advocaten eigenaar of aandeelhouder kunnen worden van een bedrijf dat diensten door advocaten laat verrichten.

Is dit dan een bedreiging of juist een kans voor traditionele advocatenkantoren?

Wij zijn voorstander van alternative business structures binnen de advocatuur, mits de kernwaarden van de advocaat (integriteit, partijdigheid, bekwaamheid, vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid) worden gewaarborgd. Ook vinden wij het cruciaal dat het belang van de cliënt te allen tijde leidend dient te zijn en niet de (financiële) belangen van de onderneming die de advocaatdiensten aanbiedt.

De vraag die we in deze blog willen beantwoorden is of voornoemde ontwikkelingen nu een kans of een bedreiging zijn voor de huidige ‘traditionele’ advocatenkantoren? Het antwoord is beide.

Wij zijn ervan overtuigd dat het toetreden tot de markt van de advocatuur door niet-traditionele advocatenkantoren zal leiden tot meer innovatie. De nieuwe toetreders zullen op het gebied van innovatie in veel gevallen veel kennis, ervaring en middelen hebben. Onder innovatie vallen dan onder andere – maar zeker niet uitsluitend – digitalisering en technologie. Meer innovatie zal leiden tot meer transparantie, efficiëntie en bijbehorende kostenreductie, en daarmee idealiter tot een betere dienstverlening aan de cliënt. Hierdoor zullen cliënten sneller naar een advocaat (blijven) gaan. Dit mede aangezien de kosten van de advocaat vaak te hoog en te onvoorspelbaar worden gevonden. Dit biedt ook kansen voor bestaande advocatenkantoren.  

Voorwaarde is wel dat de bestaande kantoren meegaan in de ontwikkelingen. Doet het kantoor dat niet, dan zal de concurrentie steeds bedreigender worden. Met meegaan bedoelen wij dan niet dat ieder traditioneel kantoor – bijvoorbeeld op het gebied van legal tech – moet kunnen concurreren met grote nieuwe kapitaalkrachtige toetreders (zoals de Big Four, zie artikel in Het Financieele Dagblad d.d. 5 januari jl.), maar dat het kantoor nadenkt over hoe zij voor haar specifieke doelgroep haar diensten kan optimaliseren en daarbij niet bang is om te innoveren.

Concreet betekent dit dat bestaande kantoren zullen moeten zorgen voor een passende en uitvoerbare kantoorstrategie, een goede waardepropositie en profilering, doelmatige inzet van middelen en durf om te innoveren. Als kantoren dit op orde hebben is er geen reden om nieuwe concurrentie als bedreiging te zien. Laat maar komen…

Deel met je netwerk

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook